Over Mel de Ram
Home » Over Mel de Ram
Het verhaal van Mel de Ram
Op een kleine boerderij, diep in het groene landschap, leefde een grote, wollige ram met zwarte oogjes. Hij heette Mel. Mel woonde alleen in de wei en verveelde zich soms best wel. Hij was het enige dier op de hele boerderij en droomde van avontuur. Iedere dag keek hij naar de horizon en vroeg zich af wat er buiten zijn wei te ontdekken viel.
Op een zonnige dag, toen de lucht blauw was en de vogels vrolijk zongen, gebeurde er iets bijzonders: het hek van zijn wei stond open! “Hoe kan dat nou?” dacht Mel verbaasd. Het was niet vaak dat het hek zomaar open stond. Vol nieuwsgierigheid stapte hij naar buiten en besloot op zoek te gaan naar nieuwe vriendjes.
Mel liep door de bossen die stil en sereen waren, over de uitgestrekte velden die eindeloos leken en langs lange, lege straten waar de wind zachtjes door de bomen fluisterde. Maar hoe verder hij liep, hoe meer hij merkte dat hij nog steeds niemand tegenkwam om mee te spelen. De stilte om hem heen werd steeds groter.
Toen de zon langzaam onderging en de lucht kleurde in prachtige tinten oranje en roze, begon het zachtjes te regenen. Mel keek naar de hemel, die donker werd, en realiseerde zich dat hij niet meer wist waar hij was. Zijn avontuur was leuk geweest, maar nu voelde hij zich een beetje verloren. Moe en verdrietig vond hij een verlaten schuur, waar hij zich kon schuilen tegen de regen. “Hier kan ik tenminste droog staan,” dacht hij. Mel rolde zich op in een hoekje van de schuur en viel in een diepe slaap, met de geur van nat gras in zijn neus.
De volgende ochtend, toen de regen was gestopt, werd Mel wakker van het gekraai van een haan. Het geluid was helder en vrolijk, en het bracht een glimlach op Mel’s gezicht. Nieuwsgierig keek hij om zich heen. Waar kwam dat geluid vandaan? Hij stapte naar buiten en tot zijn verbazing zag hij een grote, groene weide vol leven. Er waren kippen die druk aan het scharrelen waren, geitjes die vrolijk in het rond huppelden, konijntjes die in de schaduw van de bomen speelde, en zelfs een paar kleine, blije varkentjes die lekker in het modderbad zaten.
In de verte zag hij een haan op een houten hek zitten, trots te kraaien naar de zon. Mel keek zijn ogen uit. Dit was wel heel anders dan zijn lege boerderij! Hij voelde zich ineens minder eenzaam.
Daar zag Mel iets nieuws: twee kinderen die kippen aan het voeren waren. Toen ze opkeken, zagen ze het grote, wollige gezicht van de ram. Eerst schrokken ze een beetje, maar hun nieuwsgierigheid won al snel. Voorzichtig kwamen ze dichterbij.
“Wat een grote ram!” zei het meisje, haar ogen groot van verwondering. “Hoe heet jij?”
Mel blaatte vrolijk: “Meehhhl.”
“O, jij heet Mel!” lachte het meisje. Mel knikte trots, want hij vond zijn naam wel mooi.
De kinderen vonden Mel meteen heel lief. Ze wilden hem graag meenemen naar de camping om hem alles te laten zien. Wat Mel niet wist, was dat de schuur waar hij had geslapen, een enorme speeltuin was! Er was een zwembad, een huisje waar je de lekkerste ijsjes kon kopen, en overal waren dieren te vinden. Mel zag kippen rondscharrelen, konijntjes huppelen en geitjes vrolijk mekkeren.
De kinderen waren druk bezig met het helpen van de campingboer, die de dieren verzorgde. “Mag Mel ook blijven?” vroegen ze aan de boer, die Mel aankeek en zachtjes over zijn zachte, wollige vacht streek. De boer glimlachte en knikte. “Als Mel dat wil, mag hij hier wonen.”
Mel dacht even na. Hij miste de rust van zijn wei en vooral het kabbelende water van het beekje dat langs de boerderij stroomde. “Is er hier ook een beekje?” vroeg hij nieuwsgierig. De kinderen knikten enthousiast en namen hem mee naar een sprankelend beekje dat achter de camping liep. Het water was helder en het kabbelde vrolijk over de stenen. Mel snuffelde aan het frisse water en voelde zich meteen thuis.
“Hier wil ik wonen!” blaatte Mel blij. En zo gebeurde het. Mel bleef op de camping, tussen zijn nieuwe vriendjes en de vrolijke kinderen. Zijn huisje is nog steeds in de speeltuin, waar hij elke dag nieuwe avonturen beleeft. Heb jij het al eens bezocht? Misschien kun je Mel wel aaien!